AVI staat voor Analyse van Individualiseringsvormen. Dit systeem helpt bij het bepalen van de moeilijkheidsgraad van teksten en de leesvaardigheid van kinderen.
Wat
AVI (Analyse van Individualiseringsvormen) is een systeem voor het basisonderwijs. Het is in 1972 ontwikkeld en in 1994 gemoderniseerd door KPC Groep in 's-Hertogenbosch. Het systeem heeft twee toepassingen:
- De indeling van teksten naar moeilijkheidsgraad.
- De bepaling van de leesvaardigheid van een kind.
AVI wordt gebruikt in het basisonderwijs in Nederland en Vlaanderen. Sinds 2009 zijn de AVI-niveaus vernieuwd. Ze sluiten daardoor beter aan bij modernere onderwijstechnieken.
De oude indeling gebruikte getallen 1 tot en met 9, gekoppeld aan groep 3 tot en met 6. De nieuwe indeling koppelt niveaus aan leerjaren. De AVI-niveaus zijn:
- AVI start (begin; oude AVI 0–1)
- AVI M3 (midden groep 3; oude AVI 1–2)
- AVI E3 (einde groep 3; oude AVI 2–3)
- AVI M4 (midden groep 4; oude AVI 3–4–5)
- AVI E4 (einde groep 4; oude AVI 4–5–6)
- AVI M5 (midden groep 5; oude AVI 5–6)
- AVI E5 (einde groep 5; oude AVI 6–7–8)
- AVI M6 (midden groep 6; oude AVI 7–8–9)
- AVI E6 (einde groep 6; oude AVI 8–9)
- AVI M7 (midden groep 7; oude AVI 8–9, 9+)
- AVI E7 (einde groep 7; oude AVI 9+)
- AVI plus (ruim boven oud niveau 9)
Per niveau gelden er verschillende kenmerken voor woordkeuze, zinslengte en taalmoeilijkheid. Op de lagere niveaus zijn woorden kort en zinnen eenvoudig. Op hogere niveaus komen langere woorden, leenwoorden en complexere zinnen voor.