Als je een boek uitgeeft, dien je een ISBN aan te vragen en het boek te voorzien van een GS1-barcode. Alleen met goed gemaakte en correct geplaatste barcodes op uw boeken kan CB met een titel aan de slag.
De vereisten zijn door GS1 Nederland opgesteld in barcodewijzer NL of barcodewijzer EN. De wijze van verificatie vind je terug in dit document.
Indien barcodes in kleur zijn ontworpen, is het verstandig om deze vooraf te testen op leesbaarheid. Hiervoor kunnen er bestanden aangeleverd worden bij de accountgroep, zodat deze getest kunnen worden conform de GS1 Nederland afspraken. Zij zullen dan doorgeven of de barcode is goedgekeurd of niet.
Vereisten barcode (Bron: GS1 Nederland)
Barcodekwaliteit – Uitleg van beoordelingscriteria
- Decode
- X‑waarde (modulegrootte)
- Minimum Reflectie
- Randscherpte
- Decodering
- Symbool Contrast
- Modulatie
- Decodeerbaarheid
- Defects (defecten)
Decode
Decode kijkt of een scanner de barcode überhaupt kan lezen.
Met andere woorden: begrijpt de scanner wat er staat, ja of nee?
Als een barcode niet te decoderen is, kan de scanner er geen gegevens uithalen. Dat is vergelijkbaar met het lezen van een zin waarin letters door elkaar staan of delen ontbreken: er is geen betekenis uit te halen.
Werkt de decode niet, dan is de hele barcode onbruikbaar — ook als deze er visueel netjes uitziet. Een decode‑fout duidt meestal op:
- een fout in het barcode‑patroon of de opbouw;
- een beschadigde barcode;
- ontbrekende of verkeerd gevormde elementen.
Kort gezegd:
Als de scanner de barcode niet kan lezen, houdt alles op. Decode is de absolute basisvoorwaarde.
X‑waarde (modulegrootte)
De X‑waarde geeft de grootte aan van de kleinste eenheid in een barcode: de module.
Deze waarde wordt uitgedrukt als een vergrotingsfactor. In het algemeen geldt: hoe groter de module, hoe beter de barcode leesbaar is voor scanners.
Een te kleine X‑waarde maakt de barcode gevoeliger voor drukfouten, slijtage en beperkte printkwaliteit. Een grotere barcode is daardoor doorgaans betrouwbaarder.
Vereisten:
- Standaardafmetingen: 37,29 mm × 22,85 mm
- Verkleining tot 80% en vergroting tot 200% is toegestaan
- De barcode mag niet in de hoogte worden ingekort
Kort gezegd:
De X‑waarde bepaalt hoe groot en robuust de barcode is. Groter is meestal beter, zolang de verhoudingen kloppen.
Minimum Reflectie
Minimum Reflectie kijkt naar hoeveel licht wordt weerkaatst door de donkerste strepen in de barcode.
Die reflectie moet minder dan de helft zijn van de reflectie van de achtergrond. Alleen dan kan de scanner duidelijk onderscheid maken tussen zwart en wit.
Als de strepen te licht zijn of de achtergrond te donker, wordt dit verschil te klein en raakt de barcode moeilijk leesbaar.
Afkeur – mogelijke oorzaken:
- Onjuiste kleurcombinatie
- Te lichte strepen
- Te donkere achtergrond
Oplossingen:
- Kies een donkere streepkleur
- Gebruik een lichte ondergrond
- Zorg voor voldoende inktdekking bij drukken of printen
Kort gezegd:
De zwarte strepen moeten echt donker zijn ten opzichte van de achtergrond.
Te weinig verschil = slechte scanbaarheid.
Randscherpte
Randscherpte kijkt naar het verschil tussen zwart en wit op de overgangen van de strepen in een barcode.
Scanners lezen namelijk niet de hele streep, maar juist de momenten waarop wit overgaat in zwart en andersom. Dáár halen ze de informatie vandaan.
Als dat verschil te klein is of niet scherp genoeg is – bijvoorbeeld door een vaal printje, te weinig inkt of onscherpe bedrukking – kan de scanner niet goed bepalen waar een streep eindigt en een spatie begint. Dit vergroot de kans op leesfouten of vertraagde scans.
Hoe groter en scherper het contrast tussen zwart en wit op deze randen, hoe betrouwbaarder de barcode gelezen wordt. Barcodes met duidelijke, scherpe overgangen krijgen daarom een hogere kwaliteitsscore.
Kort gezegd:
Een barcode moet duidelijk zwart‑wit zijn en niet grijs‑grijs. Hoe scherper de randen, hoe beter de scan.
Decodering
Een barcode moet correct kunnen worden omgezet naar een cijfercombinatie, inclusief een juist controlecijfer.
Afkeur:
- Het controlecijfer klopt niet
- De scanner telt te veel of te weinig elementen
Symbool Contrast
Symbool Contrast meet het verschil tussen het donkerste zwart en het lichtste wit in de hele barcode.
Waar randscherpte zich richt op de overgangen tussen zwart en wit, kijkt symbool contrast naar het algemene kleurverschil van het volledige symbool.
Als een barcode er flets uitziet – bijvoorbeeld doordat een printer niet meer goed zwart drukt of omdat de opdruk ongelijkmatig is – wordt dit contrast kleiner. De scanner moet dan harder “nadenken” om donkere en lichte delen te onderscheiden, wat de betrouwbaarheid verlaagt.
Hoe groter het verschil tussen zwart en wit, hoe duidelijker en stabieler de barcode gelezen kan worden. Een lage score wijst vaak op een vaal, grijzig of ongelijkmatig geprint label. Dit probleem komt regelmatig voor bij thermische printers die slijtage vertonen.
Kort gezegd:
Symbool Contrast laat zien hoe zwart je zwart is en hoe wit je wit is. Hoe groter het verschil, hoe beter de leesbaarheid.
Modulatie
Modulatie kijkt of smalle strepen en spaties net zo goed zichtbaar zijn als de bredere delen van de barcode. Niet alle elementen in een barcode zijn even breed, en juist de dunste lijntjes zijn gevoelig voor vervaging of inktuitloop.
Het kan gebeuren dat de brede zwarte strepen er prima uitzien, terwijl de smalle lijntjes lichtgrijs worden of bijna verdwijnen. De scanner heeft dan moeite om deze fijne details te herkennen. Modulatie meet dit effect door de zwakste overgang (laagste randscherpte) te vergelijken met het totale contrast.
Een lage modulatiescore betekent dat sommige delen van de barcode – vooral de smalle elementen – slecht zichtbaar zijn. Dit maakt scannen trager en foutgevoeliger.
Kort gezegd:
Modulatie laat zien of ook de dunne lijntjes duidelijk zichtbaar zijn. Vervagen die, dan wordt de barcode lastig te scannen.
Decodeerbaarheid
Decodeerbaarheid kijkt niet naar de kleur of het contrast, maar naar de nauwkeurigheid van de afmetingen van strepen en spaties. De vraag is: kloppen de verhoudingen nog met wat de barcode‑standaard voorschrijft?
Als een streep net iets te breed is of een spatie te smal, raakt de scanner in de war. Dat is te vergelijken met tekst waarin letters te dicht op elkaar staan: zelfs met goed contrast wordt het moeilijk om te lezen.
Een lage decodeerbaarheidsscore wijst op vervorming of onnauwkeurige bedrukking. Dit kan veroorzaakt worden door:
- versleten printkoppen;
- te hoge druk;
- rek in het materiaal;
- inktuitloop.
Decodeerbaarheid hangt vaak samen met modulatie.
Kort gezegd:
Decodeerbaarheid zegt hoe netjes de strepen en spaties zijn gevormd. Wijkt dit te veel af, dan begrijpt de scanner de code niet meer.
Defects (defecten)
Defects meten storende onregelmatigheden in het barcode‑patroon, zoals vlekjes, puntjes, krassen of onderbrekingen in de lijnen. Alles wat het strakke zwart‑witte patroon verstoort, valt hieronder.
Voorbeelden zijn:
- witte puntjes in zwarte strepen (gaatjes);
- zwarte spikkels in witte spaties (vlekjes).
Deze defects kunnen ontstaan door stof, vuil, lijmresten, beschadigde printkoppen of ongelijk verdeelde inkt. Zelfs kleine foutjes kunnen ervoor zorgen dat de scanner denkt extra strepen of spaties te zien.
Hoe groter of storender het defect, hoe lager de score. Dit criterium is vooral belangrijk bij hoge printsnelheden en in omgevingen waar foutloze scans cruciaal zijn.
Kort gezegd:
Defects laten zien hoe schoon en ononderbroken het barcode‑patroon is. Vlekjes of beschadigingen kunnen de barcode onleesbaar maken.